Ik had vannacht weer zo’n droom.
Niet gewoon een beetje dromen. Nee. Een volledige langspeelfilm. Met verschillende verhaallijnen, oude herinneringen, familieleden, romantiek, drama, een mogelijke brandstichting en – uiteraard – een geheime kamer vol appels.
Mijn onderbewustzijn doet blijkbaar niet aan eenvoudige producties.
Het begon allemaal in mijn oude huis. Het huis dat ik enkele jaren geleden gedwongen moest verkopen.
In de droom was ik daar dus terug. Alleen was de tuin achteraan plots gedeeld met de buren. En die buren hadden er een prachtige uitgeholde boomstam gezet die ze als bloempot gebruikten.
Eigenlijk best mooi.
Dus ik ging wat dichter kijken.
Ik draaide mijn hoofd en zag het huis van de buren. Het regende stevig. En daar was een knappe blonde vrouw bezig met – waarom ook niet – een trilboor de vloer uit haar huis te breken.
Ze zag mij staan en deed teken dat ik binnen moest komen.
Dus ja. Uiteraard ging ik binnen bij een compleet onbekende vrouw die ik door het raam met een trilboor een vloer zag uitbreken.
In dromen stel je daar blijkbaar geen vragen bij.
Ze kwam bij mij zitten aan haar keukeneiland met twee glazen water en we begonnen gezellig te keuvelen. Ze liet me zien dat ze haar trap had vervangen door een inklaptrap in het midden van haar huis.
Heel origineel. Heel mooi.
Ik zei nog:
“Maar zat je trap vroeger niet daar?”
“Ja,” zei ze. “Maar daar heb ik nu mijn appelhoek van gemaakt.”
Mijn gedachten gingen onmiddellijk naar een soort gezellige zithoek. Een appelvormige lounge. Iets Pinterest-achtig.
Nee.
Ze deed het deurtje open en er stonden gewoon bakken en kisten vol fruit.
Vooral appels.
Heel veel appels.
“Ja,” zei ze. “Ik eet gewoon graag appels.”
Oké dan.
Blijkbaar was een hele kamer vol appels voor haar een logische interieurkeuze.
Maar goed, er werd aangebeld en ik zei dat ik haar gerust zou laten. Zij drong er nog op aan dat ik later terugkwam.
Ik ging terug naar mijn eigen huis en plots was de hele straat veranderd in een drukke kermis. Blijkbaar moest ik ergens helpen.
Mijn papa was kwaad.
“Wat deed jij daar zo lang?”
Ik zei dat ik gewoon tien minuten met de buurvrouw had gepraat.
“Nee,” zei hij. “Ik heb de buurman net op de parking gezien.”
Waarom mijn vader blijkbaar een probleem had met de buurman, weet ik niet. Maar ik riep dat het de buurvrouw was en dat hij zich niet moest moeien.
Ik had die buurman trouwens nergens gezien.
Mijn moeder stond ondertussen druk af te wassen en ik voelde me meteen schuldig dat ik zo lang was weggeweest. Dus ik haastte me om te helpen.
En ergens daar begon de droom alweer te veranderen.
Plots wandelde ik door een grote menigte en moest ik een zonnebril passen.
Waarom?
Geen idee.
Ik deed de zonnebril op en wandelde verder.
Logisch.
Tot ik aan een slaapkamerdeur kwam.
Ik klopte.
En daar deden een vriendin van vroeger, die ik nu vooral nog via sociale media volg, en iemand die ik de laatste tijd vaak zie en tot wie ik me ietwat aangetrokken voel open.
Blijkbaar waren die twee die nacht een koppel geworden.
Mijn hart deed pijn.
Maar ik glimlachte, feliciteerde hen en wenste hen veel geluk.
Het bizarre is dat ik enkele maanden geleden exact hetzelfde al eens gedroomd heb.
Dezelfde twee mensen.
Een koppel.
Waarom mijn onderbewustzijn daar zo’n sterke mening over heeft, weet ik ook niet.
Maar toen ik terug de menigte inliep, stond hij plots achter mij.
Hij nam me dicht vast en fluisterde in mijn oor:
“Kom. We doen even een grapje.”
Dus wij deden alsof we verliefd waren.
In de droom voelde het helemaal niet als een grapje.
Ik voelde me trots.
Gelukkig.
Dicht tegen hem aan.
Zijn lichaam tegen het mijne.
Onze handen die elkaar raakten.
Tot bleek dat ik blijkbaar óók samen was met iemand.
Iemand uit mijn jeugd.
Geen idee hoe hij in dit scenario terechtgekomen was.
Iemand anders die ik uit mijn dagelijkse leven ken, liep voorbij en keek me bijzonder verwijtend aan.
En toen zei mijn zogenaamde partner plots dat hij de keet in brand ging steken.
En verdween.
Dus iedereen in paniek.
Hem zoeken.
Proberen voorkomen dat alles afbrandt.
Maar uiteindelijk gebeurde er…
Niets.
Geen brand.
Geen explosie.
Geen drama.
Gewoon heel veel paniek om iets dat uiteindelijk helemaal niet gebeurde.
En toen werd ik plots door iemand met een microfoon geroepen.
Blijkbaar moest ik optreden.
Met een hele groep.
De dresscode was een jeansbroek en iets wits.
Ik had geen jeansbroek.
Dus ik had maar iets aangetrokken dat totaal niet in de dresscode paste.
Geen idee waarom.
Iedereen droeg ook dezelfde zonnebril.
Maar blijkbaar was er ergens iets fout gegaan en zat mijn plaats helemaal vooraan.
Dus moest ik naar voren.
En daar werd ik wakker.
De volgende ochtend vertelde ik mijn volledige arthousefilm met een romantische subplot, familieconflict, mogelijke brandstichting en een geheime appelvoorraad aan ChatGPT.
En wat daarna gebeurde, raakte me eigenlijk veel meer dan ik had verwacht.
Want toen we samen naar de droom keken, bleek er onder alle bizarre scenes toch een opvallende rode draad te zitten.
Het oude huis.
Een huis dat ik ooit gedwongen moest verkopen.
Een plek uit mijn verleden.
Maar ook een plek die in mijn droom niet gewoon hetzelfde gebleven was.
De buren waren aan het verbouwen.
De vloer werd letterlijk opengebroken.
De trap was verplaatst.
De hele indeling was veranderd.
En zelfs een oude uitgeholde boomstam had een nieuwe functie gekregen.
Wat ooit iets was, kon blijkbaar iets anders worden.
Dat raakte me.
Want misschien is dat ook een beetje waar ik nu sta.
Mijn leven heeft de voorbije jaren niet altijd de vorm gekregen die ik ooit voor ogen had.
Sommige dingen ben ik kwijtgeraakt.
Sommige hoofdstukken zijn geëindigd zonder dat ik daar zelf voor gekozen had.
En nu?
Nu ben ik misschien wel bezig met mijn eigen leven opnieuw in te richten.
Niet letterlijk.
Maar figuurlijk.
Nieuwe gewoontes.
Nieuwe keuzes.
Een nieuwe toekomst.
Een nieuwe versie van mezelf.
Ook dat stukje met mijn vader en moeder voelde achteraf opvallend herkenbaar.
Ik was maar tien minuten bij de buurvrouw geweest.
Toch voelde ik me schuldig.
Alsof ik niet zomaar even tijd voor mezelf mocht nemen.
En toen ik mijn moeder zag afwassen, haastte ik me onmiddellijk om te helpen.
Alsof ik altijd ergens verantwoordelijk voor moet zijn.
Altijd beschikbaar.
Altijd helpen.
Altijd zorgen dat niemand vindt dat ik tekortschiet.
Ook later in de droom kwam dat terug.
De drukte.
De mensen.
De zonnebril.
De kleding.
Het optreden.
Steeds weer dat gevoel van bekeken worden.
Van:
Doe ik het wel goed? Sta ik op de juiste plaats? Heb ik het juiste aan? Voldoe ik aan wat er van mij verwacht wordt?
En dan was er die man uit mijn droom.
Of misschien ging dat stuk van de droom niet eens letterlijk over hem.
Misschien stond hij voor iets waar ik op dit moment behoefte aan heb.
Nabijheid.
Aantrekking.
Speelsheid.
Bevestiging.
Het gevoel dat iemand uit zichzelf naar mij toekomt.
Dat iemand míj kiest.
En dan was er natuurlijk mijn partner uit de droom die de keet in brand wilde steken.
Een zin die, als je hem gewoon zo leest, eigenlijk nergens op slaat.
Maar ook daar zat misschien iets in.
Die angst dat alles in brand vliegt zodra ik iets doe wat niet volgens de verwachtingen van anderen is.
Alsof één verkeerde keuze alles kan doen ontploffen.
Maar uiteindelijk?
Brandde er niets af.
Er gebeurde niets.
Alleen paniek.
En misschien is dat wel iets waar ik ook in het echte leven soms last van heb.
De angst voor wat er allemaal zou kúnnen gebeuren.
Terwijl er uiteindelijk vaak veel minder gebeurt dan mijn hoofd vooraf al heeft bedacht.
En toen kwam misschien wel het mooiste stuk.
Na alle chaos.
Na de oude herinneringen.
Na de schuldgevoelens.
Na de drukte.
Na de appels.
Na de romantische subplot en de bijna-brandstichting…
werd ik naar voren geroepen.
Met een microfoon.
Ik moest optreden.
Ik had niet de juiste broek aan.
Mijn outfit klopte niet helemaal.
Mijn plaats was blijkbaar niet waar ze hoorde te zijn.
Maar toch…
moest ik naar voren.
En misschien is dat wel de kern van die hele bizarre arthousefilm die mijn onderbewustzijn vannacht voor mij heeft geproduceerd.
Dat ik niet eerst perfect hoef te zijn.
Niet eerst de juiste outfit moet hebben.
Niet eerst alles op orde moet hebben.
Niet eerst zeker moet weten dat niemand mij zal beoordelen.
Misschien moet ik gewoon…
naar voren stappen.
En ondertussen blijkbaar voldoende appels eten. 🍎
Want je weet maar nooit wanneer je onderbewustzijn daar nog eens een volledige kamer voor nodig heeft.

Plaats een reactie